• 14 dagen bedenktijd
  • Gratis verzending vanaf 70 euro
  • Veilig betalen

1, 2 ... 3
05-10-2018 21:18:13

Eerlijk is eerlijk, af en toe kriebelt het enorm om voor een derde kindje te gaan. Maar nu we eerlijk bezig zijn, af en toe (eigenlijk heel vaak) denk ik ook "hoe zou ik dat in godsnaam moeten doen"? De kriebel, die is dus veilig opgeborgen. Omdat ik met andere woorden niet de juiste persoon ben om je te overtuigen om toch die kriebel te volgen, hebben we de perfecte gastblogger gevonden om dat wel te doen.

Karen Wijns is de auteur van Hard tegen Hart, haar boek is een echte aanrader als je het ons vraagt, daarnaast werkt ze ook nog en is ze de trotse fulltime mama van drie prachtige kids. Zij vertelt je met veel plezier waarom je die kriebel niet mag negeren.

Klik op de blogpost om haar verhaal te lezen.

Dat net ík drie kinderen heb, gewenst en gepland dan nog wel, is redelijk onverwacht. Ik wilde nooit kinderen. Tot mijn achttien, tenminste. Toen ontmoette ik mijn man (toen mijn vriendje, uiteraard) en wilde ik opeens wel kinderen. Met hem. Alleen met hem. We waren er al snel uit: twee kinderen zou perfect zijn. Eén kind vonden we te weinig, drie te veel. Dan is de beslissing snel gemaakt, natuurlijk. 
Na de geboorte van mijn tweede zoon had ik al snel het gevoel dat mijn gezin toch niet volledig was. Er miste iets. Het heeft enkele weken geduurd eer ik het gevoel volledig geanalyseerd had, en toen kwam voor mij de verrassing: ik wilde een derde kind. 
Nooit eerder had ik daar rekening mee gehouden. Ik, moeder van drie kinderen? Nee toch? Ja, dus. Want het gevoel ging niet weg. Vijf jaar later, na lang wikken en wegen, hebben mijn man en ik besloten om ervoor te gaan. Met een bang hartje, want we wisten dat we een risico namen. Onze twee jongens waren twee handen op één buik, we hadden een ritme gevonden. Zou het het echt waard zijn om alles op het spel te zetten? Want wat als de twee oudsten hun broertje of zusje niet leuk zouden vinden? Wat als het hele evenwicht in ons gezin opeens zoek zou zijn?

Het bleken zorgen voor niets. Want onze jongens zijn dol op hun kleine zus. Nog steeds, na elf maanden. Het helpt, volgens mij, dat ze al wat ouder zijn. Want een 7- en 5-jarige begrijpt het al wanneer mama te moe is om mee te spelen door een dikke buik met een zus in. Of wanneer mama sneller geïrriteerd is omdat zus niet goed geslapen heeft. 
De liefde tussen mijn drie kinderen is zo mooi om te zien. Mijn dochter fleurt op wanneer ze een van haar broers ziet. Ze krijgen een stralende glimlach en zij krijgt er ook altijd een terug. Ze rapen haar speelgoed op wanneer ze het (expres of per ongeluk) laat vallen. Ze zingen liedjes voor haar om haar op te vrolijken. Ze overladen haar met knuffels en kusjes.

Is het altijd rozengeur en maneschijn? Uiteraard niet. Mijn dochter slaapt niet zo goed (en da’s een understatement). Mijn man en ik zijn doodop. Wanneer ze huilt, vinden de jongens dat ze te veel lawaai maakt. Ze heeft lastige dagen, mijn zonen ook. Ik heb bijna geen tijd meer voor mijzelf.

En toch is het het waard. Als ik nu in de auto naar de achterbank kijk, voel ik tot in het diepste van mijn ziel dat het zo moest zijn. Dit is mijn gezin. De cirkel is rond. 
En wanneer mijn nachten niet meer onderbroken worden, is het perfect